Jeroen Bosch

Portret van Jheronimus Bosch, circa 1550

Portret van Jheronimus Bosch, circa 1550

De Tarantino van de Middeleeuwen

Den Bosch is zo lekker bourgondisch. Van alles wat voorbij komt, wordt een feest gemaakt. Zelfs van het sterfjaar van Jheronimus Bosch, vijf eeuwen geleden. In 2016 is alles doordrenkt met de nalatenschap van deze verloren zoon, los van de expositie in het Noordbrabants Museum. Vooropgesteld, ik heb er zin in! Maar hoe Bosch is ons Jeroen eigenlijk?

Want veel is er niet bekend van deze telg uit het schildersgeslacht Van Aken, die zijn werk sinds 1490 ondertekende met Jheronimus Bosch. Dat maakt hem een dankbare bron van zowel inspiratie als interpretatie.

Een ding is zeker: Hij is begraven in Den Bosch. Op 9 augustus 1516 was zijn uitvaart in de Sint-Jan. Hij werd niet ìn de kathedraal begraven, naaste rijke stinkerds zoals zijn oom; maar veel scheelt het niet. Het verhaal gaat dat hij achter de kerk ter aarde is besteld, al liggen zijn botten daar al lang niet meer.

Jeroen_Bosch

Het standbeeld van Jeroen Bosch aan de Markt.

Ook staat vast dat hij aan de Markt waar nu zijn standbeeld staat, heeft gewoond en gewerkt. De panden staan er nog: wat nu De Kleine Winst is,  nr 28, was zijn ouderlijk huis en atelier van zijn vader; met zijn echtgenote woonde hij tot zijn dood op nr 61 (nu schoenenzaak Invito)

Het grappige is: Bosch zou er vijf eeuwen later nog zo binnen kunnen wandelen. Er is sindsdien weinig veranderd in het stratenpatroon van Den Bosch. Enfin, wat ik wilde zeggen: er zijn genoeg feiten om de wereldberoemde schilder als zoon van onze stad te mogen beschouwen.

Op eikenhout schiep Jheronimus (Joen, voor intimi) de meest fantastische schilderijen. Al snel met de meest afschrikwekkende figuren, die zijn handelsmerk werden. Vanwege die vindingrijke verwijzingen naar zonde, hel en verdoemenis, staat JB te boek als ‘Den Duvelmakere’. Maar een duivelskunstenaar was hij niet, integendeel:

Het Zwanenbroedershuis aan de Hinthamerstraat.

Het Zwanenbroedershuis aan de Hinthamerstraat.

Jeroen Bosch was een godvrezend figuur. Een gezworen broeder van de illustere Lieve Vrouwe Broederschap bovendien, die toen al zetelde in het Zwanenbroedershuis. Hij beschikte over een indrukwekkend, internationaal netwerk. Filips de Schone was een grote fan en gaf hem onder meer opdracht voor ‘Het Laatste Oordeel’. Het vermaarde ‘Tuin der Lusten’ maakte Bosch voor de Graven van Nassau, het hing in hun Brusselse paleis.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Dat doe ik de komende maanden ook: houd mijn BoschBlog in de gaten. En geniet met mij van alle activiteiten rond onze Tarantino* van de Middeleeuwen. Het jaar is geslaagd als wij bij de naam Jeroen Bosch straks niet meteen denken aan het ziekenhuis, maar aan de wereldberoemde schilder waaraan het zijn naam dankt.

* Quentin Tarantino, maker van films vol humor en geweld, zoals Pulp Fiction, Kill Bill